Wiskunde

De meeste leerlingen vinden wiskunde het leukste vak op onze school. Wij vragen ons af: waarom? Is het dan zo leuk als je kan uitrekenen uit hoeveel stenen de pyramide van Cheops bestaat? En wat heb je er eigenlijk aan om je naam in 3D-letters te kunnen tekenen? Veel rekenen is er ook al niet meer bij, want je gebruikt een rekenmachine. Wiskunde is voor iedereen verplicht gedurende de hele schoolloopbaan. In de onderbouw leer je rekenen met letters in plaats van cijfers. Bij veel andere vakken heb je dat nodig, evenals het omgaan met formules en grafieken. Je bekwaamt je in het meten en berekenen van hoeken, oppervlakten, afstanden en nog veel meer. In de derde klas wordt het wat moeilijker, maar gelukkig voor degenen die niet zo goed zijn in wiskunde kies je in de bovenbouw “wiskunde op maat”. Samen met je docent maak je de wiskunde-keuze. In de bovenbouw kies je uit vier varianten: Wiskunde C heeft het eenvoudigste programma. Het is voor leerlingen die veel moeite blijken te hebben met wiskunde. Het behandelt in het algemeen dezelfde onderwerpen als wiskunde A, maar het laat een aantal lastigere onderdelen links liggen. De nadruk ligt op kansrekening met statistiek, toegepaste analyse en de kunsthistorische en culturele plaats van wiskunde in de wetenschap en de maatschappij. Deze variant is alleen toegestaan voor leerlingen die een C&M (Cultuur en Maatschappij) profiel kiezen. Wiskunde A is wiskunde die voor de meeste universitaire studies toereikend is. Inhoudelijk gaat deze variant van wiskunde vooral over het analyseren van verbanden tussen grootheden in een toegepaste probleemsituatie. Alleen N&T(Natuur en Techniek) leerlingen mogen deze wiskunde niet kiezen. Een belangrijk onderdeel van Wiskunde A is statistiek en kansrekening. Wiskunde B is vooral bedoeld voor leerlingen die later een technische studie kiezen en is verplicht voor N&T leerlingen. Er komen vaak problemen langs waarvan het lijkt of ze niets met het dagelijks leven te maken hebben. Hiervoor wordt er ruime aandacht besteed aan algebraïsche vaardigheden, formulevaardigheden, analytische denken en probleemoplossingen. Pure wiskunde dus en soms behoorlijk abstract. Wiskunde D is alleen te kiezen in combinatie met wiskunde B. Bij wiskunde D leer je voor een deel de statistiek en kansrekening die wel in wiskunde A zit, maar niet in B. Verder is het wiskunde op hoog (soms universitair) niveau. Een geweldig vak voor de liefhebbers! Wiskunde D is voor geen enkele studierichting verplicht en je hebt geen centraal eindexamen. Toch wordt wiskunde D door technische universiteiten sterk aanbevolen.